Wat doet een aardlekschakelaar (differentieelschakelaar)?
Een aardlekschakelaar, in België meestal differentieelschakelaar genoemd, bewaakt het verschil tussen de stroom die via de fase binnenkomt en de stroom die via de nulleider terugvloeit. In een gezonde kring zijn die twee gelijk. Lekt er stroom weg, bijvoorbeeld door een vochtig toestel of via een mens die een spanning aanraakt, dan ontstaat een verschil. Zodra dat verschil de gevoeligheid van het toestel overschrijdt (30 mA of 300 mA), schakelt de differentieel binnen milliseconden de spanning af.
De differentieelschakelaar zit in je verdeelbord, samen met de automaten (zekeringen) van je verschillende kringen. Let op het verschil in functie: een automaat beschermt de kabels tegen overbelasting en kortsluiting, terwijl de differentieel mensen beschermt tegen elektrocutie en de installatie tegen brand door lekstromen. Beide zijn dus nodig, en ze doen elk iets anders.
De Belgische term differentieelschakelaar en het oudere aardlekschakelaar verwijzen naar hetzelfde toestel. Op het toestel zelf staat vaak een testknop (T): die hoor je elke maand in te drukken om te controleren of het mechanisme nog vlot afschakelt.
Een differentieel die nooit uitvalt, is niet noodzakelijk gezond. Test minstens één keer per maand met de testknop. Klikt het toestel niet uit, dan biedt het geen bescherming meer en moet een erkend elektricien het vervangen.
Waarom valt de aardlekschakelaar uit? 6 oorzaken
Als je aardlekschakelaar valt uit, is dat zelden toeval: er loopt ergens stroom weg naar de aarde. De zes meest voorkomende oorzaken op een rij:
- Vochtige toestellen of vochtinfiltratie — een boiler, vaatwas, wasmachine of buitenstopcontact dat vocht heeft opgenomen, laat stroom weglekken naar de aarde. Dit is veruit de meest voorkomende oorzaak, zeker na een regenbui of bij condens.
- Een defect toestel — een verwarmingselement, motor of voeding met een interne fout legt een lekpad naar de behuizing. Vaak gaat het om oudere toestellen of toestellen die op het einde van hun leven zijn.
- Beschadigde bedrading of isolatie — een ingedrukte kabel achter een meubel, een doorgeboorde leiding in de muur of een geknaagde draad legt fase aan de aarde.
- Overbelasting van de nulleider — verouderde installaties met opgehoopte kleine lekstromen over meerdere toestellen kunnen samen boven de drempel uitkomen, ook al lekt geen enkel toestel op zich gevaarlijk veel.
- Te veel toestellen op één kring — als veel apparaten samen op dezelfde kring hangen, tellen hun kleine, normale lekstromen op. Bij goedkope voedingen en filters loopt dat sneller op dan je denkt.
- Een defecte differentieel zelf — het mechanisme kan na jaren of na een blikseminslag verzwakken en spontaan uitvallen, zonder dat er een echte lekstroom is.
Houd in je achterhoofd dat het feit dat je aardlekschakelaar valt uit betekent dat hij zijn werk dóét. Het toestel uitschakelen en het probleem negeren is dus geen oplossing: je legt dan de bescherming lam.
Stap voor stap de oorzaak vinden
Je kunt de oorzaak meestal zelf opsporen door systematisch te werk te gaan. Het idee: alles afzetten, de differentieel terug inschakelen en daarna kring per kring en toestel per toestel kijken wanneer je aardlekschakelaar valt uit.
Zet alle kringen af
Schakel in het verdeelbord alle automaten (zekeringen) onder de differentieel uit. Trek bij twijfel ook stekkers van grote toestellen uit het stopcontact.
Schakel de differentieel terug in
Duw de differentieelschakelaar weer omhoog. Blijft hij nu staan met alle kringen af, dan ligt het probleem in één van de kringen of toestellen, niet in de differentieel zelf.
Schakel de kringen één voor één in
Zet de automaten één per één terug aan. Valt de differentieel uit zodra je een bepaalde kring inschakelt, dan zit de fout in die kring.
Test de toestellen één voor één
Laat de verdachte kring ingeschakeld en steek de toestellen op die kring één voor één terug in. Het toestel waarbij de differentieel opnieuw uitvalt, is de boosdoener.
Noteer en handel
Laat het defecte toestel buiten gebruik en laat het nakijken of vervangen. Valt de differentieel uit zonder dat er een toestel aanhangt, dan wijst dat op een fout in de vaste bedrading of in de differentieel zelf.
Open nooit toestellen of het verdeelbord onder spanning en raak geen blootliggende geleiders aan. Wie twijfelt of de oorzaak in de vaste bedrading zit, stopt hier en belt een erkend elektricien. Stroom door je lichaam voel je vaak pas als het te laat is.
Wanneer schakel je een erkend elektricien in
Veel uitvallen los je zelf op door een vochtig of defect toestel weg te halen. Maar er zijn duidelijke grenzen aan wat je veilig zelf kunt doen. Bel een erkend elektricien wanneer:
- de differentieel uitvalt zonder dat er enig toestel aangesloten is — dat wijst op een fout in de vaste bedrading;
- je de oorzaak na het stappenplan niet vindt of als meerdere kringen tegelijk problemen geven;
- je een brandlucht, verkleuring of warme klemmen opmerkt in het verdeelbord;
- de testknop van de differentieel niet meer werkt;
- je vermoedt dat een leiding in muur of vloer beschadigd is.
Werk aan de vaste installatie hoort bij een vakman: een erkend elektricien kan met de juiste meetapparatuur de isolatieweerstand opmeten en de lekstroom lokaliseren. Laat je een ingreep uitvoeren of bouw je verder aan je installatie, dan is achteraf een elektriciteitskeuring verplicht. De keurder controleert of alles voldoet aan het AREI voor je de installatie (verder) in gebruik neemt.
Een toestel weghalen dat de differentieel deed uitvallen is geen reparatie, maar een vaststelling. Het toestel zelf laat je herstellen of recycleren. Twijfel je of het lekt door vocht of door een echt defect, laat het dan nazien voor je het opnieuw in gebruik neemt.
30 mA of 300 mA: wat schrijft het AREI voor?
De gevoeligheid van een differentieelschakelaar wordt uitgedrukt in milliampère (mA): de lekstroom waarbij het toestel afschakelt. Het AREI, het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties, schrijft voor Belgische woningen twee niveaus voor.
| Type differentieel | Gevoeligheid | Toepassing |
|---|---|---|
| Algemene differentieel | 300 mA | Beschermt de volledige installatie tegen brand door lekstromen. |
| Bijkomende differentieel | 30 mA | Vochtige ruimtes en stopcontactkringen; beschermt mensen tegen elektrocutie. |
De algemene differentieel van 300 mA staat bovenaan in het verdeelbord en schakelt de hele installatie af bij een grote lekstroom. Daarnaast eist het AREI een of meer bijkomende differentiëlen van 30 mA. Die hoge gevoeligheid is nodig omdat een stroom van enkele tientallen milliampère door het lichaam al levensgevaarlijk is. De 30 mA-bescherming is verplicht voor de kringen van vochtige lokalen zoals badkamer, keuken en wasplaats, en voor de stopcontactkringen.
Een 30 mA-differentieel valt sneller uit dan een 300 mA-toestel, eenvoudigweg omdat hij gevoeliger is afgesteld. Lekt een toestel op een badkamerkring een klein beetje, dan merk je dat dus eerder. Dat is geen storing maar bescherming: precies daarvoor dient de lage drempel.
Wil je controleren of je installatie aan deze eisen voldoet, raadpleeg dan de AREI-keuring checklist. Welke kring op welke differentieel hangt, lees je af in je verdeelbord. Voldoet je verdeelbord niet aan de 30 mA-eis voor natte ruimtes, dan is dat een typische opmerking bij een elektriciteitskeuring.
Een ontbrekende of verkeerd aangesloten differentieel van 30 mA op een vochtige ruimte is een ernstige veiligheidstekortkoming. Laat dit altijd door een erkend elektricien in orde brengen, ook al lijkt de installatie nu zonder problemen te werken.

